News Item

19 november 2019

Blog 4 – Van God Tot God


VAN GOD TOT GOD

Soms ontmoet je iemand, zie je een programma, lees je een tekst of hoor je muziek en voel je: ja, hier zit ik in besloten, hierin ontmoet ik mijn kern, dit spiegelt mijn bestaan, hier kom ik in thuis. Het is alsof je één wordt met de ander of het andere. En niet omdat je het direct helemaal begrijpt misschien, maar omdat het resoneert. Het trilt op de bodem van je ziel. Herkenbaar? Ontroerende ervaring, toch? Het troost op een of andere manier op een diepe wijze. Het ontspant. Misschien vergelijkbaar met als ik mijn twee jonge kids (1 en 3 jaar) ophaal van een logeerpartij. Zodra de voordeur opengaat en onze ogen elkaar vinden, is er een diepe ontspanning voelbaar, een opluchting die soms ook emoties met zich meebrengt. Tranen. Papa! Thuis!

Een dergelijke ervaring had ik toen ik deze tekst las uit het dagboek van Etty Hillesum. Bam, direct in het hart. Dat vind ik er ook zo mooi aan; het daalt meteen af, blijft niet hangen in het hoofd of ergens tussen hoofd en hart, maar vindt onbeschaamd zijn plek naar de kern, breekt door alles heen en niets in je verzet zich, omdat het de ziel ervan herkent. 

Trouwens, ik denk dat alles wat je op een of andere manier raakt iets zegt over jouw kern; mooi om daar bewust van te zijn en bij stil te staan. Ik had het jou, lezer, graag gevraagd; waar ben jij door geraakt, welk moment, door wie of wat en herken je iets van bovenstaand schrijven?

Goed, de tekst:
Eigenlijk is mijn leven één voortdurend ‘naar binnen luisteren’, in mijzelf, in anderen, in God. En als ik zeg: ik ‘luister naar binnen’, dan is het eigenlijk God in mij, die ‘naar binnen luistert’. Het wezenlijkste en diepste in mij dat luistert naar het wezenlijkste en diepste in de ander. God tot God.
(17 september 1942)
Etty Hillesum was een jonge, joodse vrouw die een dagboek schreef tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tussen 9 maart 1941 en haar sterven op 29-jarige leeftijd, 30 november 1943, schreef ze in dit dagboek over haar innerlijke wereld en worstelen, over de maatschappelijke gebeurtenissen van haar tijd en over haar vertrouwen in God. 

Die eerste zin al: ‘eigenlijk is mijn leven één voortdurend ‘naar binnen luisteren’’, machtig, daar zegt mijn bestaan gelijk ‘ja’ op. Ik heb als kind al intuïtief gezocht naar ruimte voor die dieper gelegen wereld en gevoeld dat dat veel meer mijn weg is; het doorvoelen, het afdalen, het in contact staan met het innerlijk, het er in verdrinken om uiteindelijk in overgave thuis te komen. Meer dan dat mij altijd zo voorgeleefd werd. Muziek werd al snel mijn vriend, een hulp daarin, een soort meditatief middel af te dalen tot de bodem. En zo zocht ik ook de ander, want het ‘naar binnen luisteren’ is niet alleen op jezelf gericht, het is een bestaan, het is een verbindingsroute die als vanzelf uitkomt bij de ander, bij God. Etty verwoordt dat prachtig. Het wezenlijkste en diepste in mij dat luistert naar het wezenlijkste en diepste in de ander. God tot God.

Bij het woord ‘God’ hebben we allemaal onze eigen associaties, ons eigen (Gods)beeld. En we zijn allemaal op onze eigen manier zoekend ons te verhouden tot het Heilige. In ieder geval, de mens die met meer bezig is dan het ‘aardse’. Ik ben zelf in een (christelijke) geloofscultuur grootgebracht waarin God en geloven sterk in verbinding stond met het ‘naar buiten luisteren’. In de kerk waar ik als kind naar toe ging, leerde ik dat God spreekt via de Bijbel, dat je tot God kunt bidden en dat begon dan vaak met ‘lieve Vader in de hemel’. Omhoog kijken, verwachten. Het komt naar je toe. Ik ben nog steeds onderdeel van de christelijke gemeenschap, werk als muzikant ook regelmatig met christelijke artiesten. Mijn beleving is dat we binnen de kerk, van protestantse hoek tot charismatisch evangelische, het ‘naar binnen luisteren’ onvoldoende kennen, vertrouwen en stimuleren. We beschouwen, we spreken en denken na over, we bedienen veelal het hoofd, we vangen met vormen en dogma’s. We ervaren Gods nabijheid en zoeken naar die ervaring, als iets dat ons van buitenaf toevalt. We aanbidden God, zetten Hem hoog op de troon en ver van ons af en tegelijkertijd woont Hij in ons hart, maar vinden we het toch wel ingewikkeld om Hem daar te zoeken. In ons hart wonen wel meer dingen, het is een verraderlijk iets. We willen dat God ons innerlijk vernieuwt, we verlangen naar een relatie met Hem, maar intimiteit en overgave blijven toch ver weg van samenvallen, één worden; ik bedoel, het blijft op gepaste afstand. Het is God tenslotte. En dat innerlijk vernieuwen; daar mag vooral God hard aan werken, want wij zelf kunnen er niet zoveel mee. Een gebroken innerlijk kan zichzelf moeilijk helen. En dan hoor ik Etty Hillesum. Zij spreekt over ‘naar binnen luisteren’, over God als het meest wezenlijke en diepe in haar, over het opgraven van God in de harten van de mensen. In haar dagboek schrijft ze: ‘Binnen in mij zit een put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaak liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden’. 

‘Laten we God opgraven in de harten van de mensen’. Pff.. ik voel dan een diep ‘ja’ dat in mij roept. Naar binnen luisteren, in mezelf en in de ander, God opgraven. Dat wil ik. Daar geloof ik in. Dat is intuïtief, vanuit mijn kern, een beweging die ik van jongs af aan herken. En ik wil daar nog veel meer in bestaan. Puin ruimen, ruimte scheppen aan het Licht, in mijzelf en in de ander. Zo goed mogelijk, voor zover mogelijk. Elke dag weer opnieuw. Wat zou ik het mooi vinden wanneer er in de christelijke gemeenschap, in de kerk, in de christelijke muziekscene, meer ruimte komt voor dit ‘naar binnen luisteren’, deze beweging van God opgraven. Ik luisterde vandaag toevallig een liedje van Reyer en Lars Gerfen, net gereleased (Regen op ons). Twee christelijke artiesten. ‘Waarom verbergt U zich voor ons?’, hoor ik ze zingen. Ik denk dan, moet de eigenlijke vraag niet zijn: waarom houden wij God verborgen? Begraven wij God niet op allerlei manieren in plaats van Hem op te graven?
En ze zingen in hetzelfde lied: ‘Wachtend op U, onze Koning / Geven wij nog niet op / Verlangend naar Uw vertroosting / Geloven wij dat U komt’. Wat is dat wachten? Hopen op een Saulus-Paulus-ervaring? God die in actie komt, de stilte doorbreekt? Of is Hij reeds de verborgen Aanwezige? Fluistert Hij zacht in ons bestaan, als een immer aanwezig Geluid? Is Hij de Liefde die altijd weer haar kleur laat zien wanneer ze gezocht wordt? Is het een niet uit te gummen Bron die onder ons stroomt en woont, als Bron van ons zijn? ‘Ik zal jou helpen, God, dat jij het niet in mij begeeft’, zegt Etty. Ontroerend, vind ik. Als een kind dat papa in de tuin wil helpen graven, z’n kleine schepje oppakt. Een manke poging misschien, maar toch. Hoe moedig, hoe kwetsbaar. Dat voel ik zo bij Etty, die kwetsbaarheid. Bereid zijn naar binnen te luisteren, God op te graven en dus dwars door het puin heen te bewegen.
Geef God weer kleur op de wangen door te bestáán vanuit waar Hij verscholen ligt. Graaf Hem op. Luister naar binnen en wees elkaar tot God. Laat het weer waaien in je hart en in dat van de ander. Dan komt de vertroosting ons vanzelf tegemoet. Hoe mooi zou het zijn elkaar hier veel meer toe aan te moedigen?

Wat is dat ‘naar binnen luisteren’ en ‘God opgraven’ dan precies? Hoe oefen ik me in die beweging? Ik denk dat wanneer ik over een jaar mijn blogs tot dan toe teruglees, ik zie dat ze daar eigenlijk allemaal over gaan. Het is wat Etty zegt: mijn hele leven is een voortdurend ‘naar binnen luisteren’. 

Misschien begint het bij een bewust kiezen voor verstilling. Stil worden, de tijd vertragen. Ruimte scheppen de dingen te laten bezinken, richting bodem. Daar zijn we niet zo goed in. Ik ken een paar mensen die wel eens naar het klooster gaan. Op die manier ontvluchten ze dan het volle, drukke bestaan. Mooi. Zelf nooit gedaan. Maar nog beter lijkt me om die verstilling meer in te bouwen in ons dagelijkse bestaan. Agenda leger en onze ‘vrije tijd’ niet altijd weer opvullen met van alles. In de stilte ga je als vanzelf naar binnen luisteren, krijgt je innerlijke stem ruimte te spreken; er wordt tot je gesproken. Psychiater Dirk de Wachter zegt dat we over het algemeen bang zijn voor de stilte vanwege de eenzaamheid die dan spreekt. Er komt je in de stilte een en ander tegemoet dat niet zo eenvoudig of mooi is. Dingen waar je je doorheen moet zien te worstelen. Stenen en gruis. Maar als dat worstelen ruimte krijgt, schept dat uiteindelijk verbinding. Verbinding met het leven, met het bestaan, met God die daarin aanwezig is. En met de ander wanneer we er over durven delen. Een dieper en sterker samen. En niet alleen door donkere, moeilijke dingen. De stilte geeft ook ruimte aan heilige onrust, aan ons werkelijke verlangen. Dingen die we willen bevechten. De liefde. Gerechtigheid. En aan meer mooie dingen. Verwondering. Dankbaarheid. Kortom: het leven in al z’n gelaagdheden. Laat het omhoog borrelen, durf het te ontmoeten.

Ontmoeting. Ook zo’n kernwoord hierin, net als verstilling. In de ontmoeting met de (concrete) ander openbaart zich het goddelijke, aldus filsosoof Emmanuel Levinas. Wanneer we bij elkaar naar binnen durven luisteren, ontmoeten we niet alleen elkaar, maar een derde; noem het de Liefde, noem het God. De ander echt nabij zijn levert heilige grond op. Niet wegkijken, niet naar een masker grijpen, maar de ander in alle naaktheid tegemoet treden, als in het paradijs. Ruimte scheppen aan ontroering, aan mededogen, liefde. Een naakte omhelzing. 

God opgraven. Puin ruimen. Welke lagen liggen er allemaal overheen? Durf je met jezelf in gevecht te gaan? Los te laten wat je gevangen houdt? Durf je zacht te worden, af te dalen? Die beweging naar binnen in ons, is niet enkel een meditatieve, maar ook een psychologisch-therapeutische. Met de monsters op je bodem; oude pijn, complexen, angsten, minderwaardigheidsgevoelens enzovoorts in gevecht gaan, is een wezenlijk onderdeel van ‘naar binnen luisteren’ en ‘God opgraven’. Oordeelloos leren luisteren. Naar jezelf, naar de ander. Je geliefd weten. Vergeven, opstaan en overwinnen. In het spoor van Jezus. Klopt, we zijn Jezus niet, maar: ik zal jou helpen, God. Stapje voor stapje, het Licht tegemoet. 

Misschien is het mijn romantisch idealisme dat in vuur en vlam wordt gezet door Etty. Misschien raakt ze een heilig verlangen, iets waar ik telkens weer opnieuw aan herinnerd mag worden. Misschien vind jij er van alles van of raakt het aan zekere heilige huisjes. Laat het me weten, als je dat wilt. Hoe dan ook, ik geloof in deze weg van ‘naar binnen luisteren’ en gun jou en de wereld meer van deze ware ontmoeting. Een werkelijk thuis. In jezelf, in de ander, in God. 

Op het delen. Op de ontmoeting.
Van hart tot hart.
Van God tot God. 

ADAM

PS Een voor mij bekende reactie na een dergelijk delen als dit zou zijn: maak je God niet te klein, te menselijk, te afhankelijk? Geloof je nog wel in een God buiten ons? Misschien herken je dit wel. Mijn vraag terug zou zijn: maak je God niet te klein door Hem te weinig klein te maken? Ik geloof dat de Liefde niet afhankelijk is van ons vermogen haar een gezicht te bieden. Ik geloof dat God groter is dan onze menselijkheid. Dat hij de Hand is onder alles, boven alles, om alles heen. Maar daar gaat deze blog niet per se over. Deze blog gaat over ruimte scheppen ‘naar binnen te luisteren’. Een blinde vlek wanneer je te sterk gefocust bent op het ‘naar buiten luisteren’. Het is mooi de Liefde te bezingen, te spreken over de liefde, te erkennen dat we zelf niet altijd goed in staat zijn haar vrij te laten waaien in ons bestaan. Moeilijker is de liefde te leven. Haar op te graven. Elke keer weer. God te bevechten. Puin te ruimen.

|
Adam Dekker – Crazy You // Adam Dekker
  1. Adam Dekker – Crazy You // Adam Dekker
  2. Adam Dekker – Stay // Adam Dekker
  3. Adam Dekker – Battle Cry // Adam Dekker
  4. Adam Dekker – Over // Adam Dekker
  5. Adam Dekker – Crazytown // Adam Dekker
  6. Adam Dekker – Into The Blue // Adam Dekker
  7. Adam Dekker – Passing Through // Adam Dekker
  8. Adam Dekker – Thank You // Adam Dekker
  9. Adam Dekker – My Everything // Adam Dekker
  10. Adam Dekker – Goodbye // Adam Dekker